|
|
|
|
Kapellekensbaan
12/03/03
'Makker, ge zijt
bedankt voor dat skone verhaal.'
De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon is vijftig
jaar!
wij zochten naar het leven gelijk het leven is,
aan de échte Kapellelensbaan.
Ja, gij Boontje, ze zijn u nog
niet vergeten.
'Elke dag nam hij hier 't treintje naar Brussel-Zuid',
vertelt Lucet. 'Ik zie hem nog op het perron staan...
een leren vestje, een sjaal, vettig haar, altijd
een sigaret in de mond. Hij liep een beetje voorovergebogen.
Niemand zag hem als Louis Paul Boon, dé
grote schrijver. Het was de Lowie, een mens gelijk
er duizenden zijn.'
'Hij woonde een paar kilometer verder,' zegt Ben,
'maar hij kwam vaak op de Kapellekensbaan. Om
met de mensen te klappen. (imiteert Boontjes krakende
stem) "Makker ge zijt bedankt voor dat skone
verhaal. Ik ga ne keer bai oe komme. " Hij
dikte dat aan met eigen kronkels en verzinsels.
Er zat veel Lowie in zijn boeken, hè.'
'En toch', gaat Nina verder, 'vraag ik mij af
of hij hier wel geapprecieerd werd. De mensen
van de Kapellekensbaan vonden hem toch maar ne
speciale. Iemand die schrijft voor de kost, stel
je voor. En dan nog iemand die zot was van de
meiskes."De viezentist...".' (lacht)
De Kapellekensbaan van Louis
Paul Boon is 50 jaar!
Of dat belangrijk is, die verjaardag? Nee, natuurlijk
niet. Volgend jaar is De Kapellekensbaan 51 jaar:
ook een mooi getal. Nee, het boek is belangrijk.
Een boek over wat mensen doen. En niet doen. Over
hoe ze elkaar, en vooral zichzelf, telkens
weer de duvel aandoen.Ach, lees het.
Wat wij wilden weten, was hoe het er toeging aan
de echte Kapellekensbaan. Op zoek naar het leven
gelijk het leven is, dus. En? We werden er een
beetje droef van. Er wonen schatten van mensen,
hoor, daar niet van. En verhalen bij de vleet.
Je hoeft er zelfs niet naar te vragen. Je hoort
ze wel.
Tot iemand ons zei: 'Meneer, ge kent toch het
probleem van de Kapellekensbaan? De muren. Links
een muur, rechts een muur. En achter u? Jawel,
een muur. Het enige wat ge kunt doen, is recht
vooruitkijken. '
Ruis.
'De Kapellekensbaan is niet zomaar een dorpsstraat,'
raspte Boontje, 'het is de 32e breedtegraad die
de aarde in twee snijdt.' Het is 2003. De trillingen
die 'het seismoloogje' Boon ooit zo verpletterend
registreerde, zijn aangezwollen tot schokgolven.
Een bericht uit de Kapellekensbaan, straat van
het gehucht Ter Muren, oorlogsgebied.
***
|
STIJN
TORMANS
(Knack)

(foto: Patrick De Spiegelaere )
'DE KAPELLEKENSBAAN
IS NIET ZOMAAR EEN DORPSSTRAAT,
HET IS DE 32e BREEDTEGRAAD
DIE DE AARDE IN TWEE SNIJDT.'
|
'Ondineke! Kijk
nu toch wat ze met
dat meiske gedaan hebben...'
Wat voorafging: Ondineke, de
antiheldin uit twee romans van Boon, had een eigen
standbeeld aan de Kapellekensbaan. Vorig jaar
werd het beeldje toegetakeld door vandalen.
"t Is zonde', zucht Clementine, de vriendelijke
vrouw van huis nr. 3.
'Eerst werden de vlechtjes afgebroken, daarna
lag heel 't spel op de grond. Zo'n schoon beeldje.
Jo Boon is hier zelfs komen aanbellen. Totaal
van streek. Of we iets gezien hadden? Nee dus.
Wie doet nu zoiets?'
Het gerestaureerde beeldje staat nu in het stadhuis.
'Een schande! Louis draait zich om in zijn graf.
Ondin hoort niet bij die sjieke meneren. Och,
van in den begin had madam de burgemeester liever
dat Ondineke in het stadhuis stond. Kan ze
ermee stoefen. Maar Ondineke is van ons, van het
volk. Ze hoort hier thuis.'
En toch. Ook toen het beeldje nog aan de Kapellekensbaan
stond, weekte het al heel wat emo ties los. 'Ge
kent de mensen, hè,' vertelt Clementine,
'overal problemen rond maken." Wie is dat?
Een naakte vrouw! En dan nog een die zwanger is!
Naast de kapel van O-L-V Ter Muren!'t Zal toch
de kleine van de paster niet voorstellen, zeker?
Wat zegt ge? Een personage uit een boek van Boon...
ja ja, 't was te peinzen dat die viezerik er weer
zou achter zitten. En allemaal weeral betaald
met ons belastinggeld!" Enfin, er is toen
een petitie rondgegaan om Ondineke te kleden.
De pastoor is naar het schijnt zelfs gaan onderhandelen
op het stadhuis.' (lacht)
Lawaai buiten. Clementine kijkt
uit het raam.
Een meisje en een jongen verstoppen zich achter
de kapel van O-L-V Ter Muren. 'Een rendez-vousplaats
voor overspelige koppels', legt ze uit. 'Hoeveel
kindjes dat daar al gemaakt zijn...' Zuchtend,
dan: 'Ge ziet hier wat passeren, hoor... Maanden
aan een stuk heeft er eens een man met een Mercedes
gestaan. Elke avond stond hij te wachten op een
vrouw met een klein kindje. Om klokslag halfacht
kwam ze. De man stapte in de auto van de vrouwen
de jongen vloog er uit. "Loopt gij maar wat
rond. " Die kleine moest hier dan uren aan
een stuk wachten. Als het regende, kreeg hij een
paraplu.'
Roland, de man van Clementine,
komt binnen.
- 'Zeg Roland, we zijn net bezig
over de plek achter het kapelletje.'
Roland: 'Ja, die plaats is legendarisch. In onze
tijd spraken we daar ook af, nietwaar Çlementine?
Als ik mij niet vergis, is onze oudste daar zelfs
gefabriceerd...'
- (verontwaardigd) 'Roland, houd uw fatsoen! O-L-
Vrouwke moest het weten...'
Roland: 'Komaan Clementine, ne mens mag toch nog
eens lachen. Het leven is al triestig genoeg.'
Grote mond, klein hartje, Roland.
Sinds vorige maand is hij voor het eerst in zijn
leven werkloos. En dat is wennen. 'Een ruzie tussen
mij en mijn baas', legt hij uit. 'Ik werkte als
hoofdmagazijnier in een farmaceutisch bedrijf.
Drie maanden geleden zijn we verhuisd. Bleek dat
er tijdens de verhuizing een aantal spullen verdwenen
waren. Ik kreeg meteen de schuld, terwijl ik met
die zaak niets te maken heb. Het is altijd hetzelfde:
een werkgever zegt wat hij wil. Enfin, ik wilde
niet meer voor hem wer ken. (fel) Als ik er alleen
maar moet zijn om braaf ja te knikken, nee dank
u.'
Flauw lachje. 'Ik heb nooit naar bevelen willen
luisteren', zegt hij. 'Altijd een rebel geweest.
Overal stond ik op de barricaden. De bazen lieten
mij met rust, want ik kan goed werken. Maar ik
ben vaak met mijn hoofd tegen de muur gebotst.
Ooit heb ik eens mee een staking georganiseerd.
Drie weken piket gestaan. Geschreeuwd tot ik er
hees van werd. Toen bleek dat de top van de vakbond
en de directie achter onze rug allerlei dingen
aan het bedisselen waren. En wie was het slachtoffer?
Jawel, de gewone mens.'
'Ach jong, ik had waarschijnlijk veel verder kunnen
staan. Al mijn vakbondsvrienden van vroeger hebben
intussen hun kazak gedraaid. Om een paar centen
meer te verdienen.
Hij zucht even, spreekt zichzelf moed in: 'Ach,
ik zal wel ergens werk vinden, maar het is een
slechte tijd, hè. Faillissement hier, faillissement
daar. We krijgen er allemaal van langs.' |

(foto: Marc Borms ) |
Valavond. We wandelen
naar de verlaten fabriek, aan het einde van de
straat. De muur is indrukwekkend. Een litteken
uit een andere tijd. In onze verbeelding zièn
we er al duizenden proletariërs, vrolijk
de Internationale fluitend, voorbij sjokken. Er
loopt niemand. Het volkje van Ter Muren staat
op dit uur in de file in Brussel.
'Helaba, wat staat gij daar
op te schrij ven aan de muur van Schotte?'
Een man sloft op ons af.
'Ooit was het een bloeiende leerlooie rij', zegt
hij. 'Een echt familiebedrijf. Er werkte meer
dan 1000 man. Een paar jaar geleden zijn ze failliet
gegaan. Concurrentie uit lagelonenlanden, wanbeheer...
Ach, Schotte heeft nooit willen investeren in
de vooruitgang. Zijn vloer bestond nog altijd
uit kasseien. Kwam daar nog bij dat de zoon van
Schotte, die voorbestemd was om zijn vader op
te volgen, verongelukt is. Hij had last van tuberculose
in zijn benen. Hij wou gas geven, brak zijn been
en botste tegen een boom... op slag dood. Zijn
twee dochters waren nauwelijks in de fabriek geïnteresseerd.'
'Drie jaar geleden hebben ze dan de boeken dichtgedaan.
Letterlijk, hè. De boekhouding lag daar
nog - niemand had eraan gedacht om die op te ruimen.
De lege fabriek werd al snel ingepalmd door drugsdealers.
Op een dag hield een van die gasten vuurke stook.
De boekhouding vatte onmiddellijk vuur en in een
mum van tijd stond heel de fabriek in lichterlaaie.'
En zijn er plannen voor de fabriek? 'Plannen zat.
Het is een industrieterrein van eerste categorie
- zo zijn er niet veel in Oost-Vlaanderen. In
principe kunnen de vuilste fabrieken zich hier
vestigen. Maar wie wil er nu investeren aan de
Kapellekensbaan? Vorige week las ik in de krant
dat ze de muur gaan afbreken. En de fabriek zou
een fuifzaal worden. Een fuifzaal! Dat zou nog
wat zijn.'
|

(foto: Patrick De Spiegelaere )
|
De hemel boven
de Kapellekensbaan is intussen gitzwart geworden.
Aan het muurtje aan de spoorwegbrug staan wat
jongeren. Eminem dreunt uit een gettoblaster.
De grootste van de hoop daagt uit, kan het niet
laten. De rest is aan het sms'en.
-- afspr. aan kapel. komje?--
nee gn goesting -
Fuck. Kutwijf
'Tureluurs word ik van die gasten',
blaast Ben, die net naast het muurtje woont. 'Dat
staat te brallen, te zuipen, te pissen... een
hele nacht lang. En waag het niet om iets terug
te zeggen. Dan hebt ge 't jonk opgegeten. Eén
keer heb ik het geprobeerd. ,Jongens, een beetje
stiller. Wij proberen te slapen." De volgende
dag waren de banden van mijn auto plat.'
Zucht.
Ben is leraar aan een technische school. 'Probeer
die mannen iets bij te brengen. Ze zijn in niets
geïnteresseerd. Ze lachen je gewoon uit.
(zucht) En het zijn niet alleen die jonge gasten,
hè. Weken is het geleden dat ik nog een
gebuur gezien heb. Maar als ge een verkeerde scheet
laat, staan ze bij den doktoor. Een paar maanden
geleden plakte er een papiertje op mijn deur.
"Gelieve de bladeren van uw boom op te kuisen.
Er zijn klachten. Uw wijkagent." Terwijl
in onze tuin alleen sparren staan! Waarom zou
ik dan die bladeren moeten opkuisen? En wat dan
nog: wie loopt voor zo'n futiliteit naar het politiekantoor?
Enfin, ik weet wel wie. Man, ik was ráááázend.
Ik veeg de bladeren bijeen en smijt ze over het
muurtje van de buren.'
De volgende dag nam de buurman wraak. En metselde
het muurtje hoger. Zo hoog dat Ben nooit meer
bladeren over de muur zal smijten. An eye for
an eye, zo gaat dat. Of toch niet? Elk verhaal
aan de Kapellekensbaan heeft wel een tweede versie.
|
'MENEER, GE KENT TOCH
HET PROBLEEM VAN DE
KAPELLEKENSBAAN? DE
MUREN. LINKS EEN MUUR,
RECHTS EEN MUUR. EN
ACHTER U? JAWEL, EEN
MUUR. HET ENIGE WAT
GE KUNT DOEN, IS RECHT
VOORUITKIJKEN.'
|
Geluk aan de Kapellekensbaan!
Het bestaat! Echt waar. Dit is het verhaal van
Nina en Ferre, twee sympathieke veertigers.
'Eigenlijk zijn we heel toevallig aan de Kapellekensbaan
beland', zegt Nina. 'Ik ben ooit eens, als vakantiejob,
elektriciteitsmeters gaan nakijken. Honderden
huizen heb ik vanbinnen gezien. Er waren maar
twee huisjes waarvan ik dacht: hier wil ik wonen.
Toevallig dat van Louis en Jeanneke - de grote
tafel, de wand met foto's... - en eentje hier,
aan de Kapellekensbaan. En op een dag stond het
te koop.'
Ferre: 'Het was een schitterend huis, maar helemaal
onderkomen. Er dwaalde zelfs een spook rond.'
(lacht)
Nina: 'Ja, er gebeurden rare dingen. Het licht
dat aanfloepte, de radio die zomaar begon te spelen...
Soit, er zal wel een verklaring voor zijn. Maar
het staat natuurlijk beter om te zeggen: "Er
zit een spook in ons huis!" (grinnikt) Op
een dag vertelde ik dat verhaal tegen Clementine,
de buurvrouw. De volgende dag telefoon: "Bij
ons spookt het ook!" "Jamaar Clementine,
dat was maar om te lachen, hoor." Maar er
was geen houden aan. Ze heeft toen een wichelaarster
laten komen. En wiebelen dat die pendel deed -
je moet haar dat horen vertellen. "Madammeke,
ik kom hier nooit meer." Enfin, de pastoor
is toen langs geweest om de geesten uit te drijven.
(schatert) Maar voor de rest: het is een schat
van een mens, hoor.'
Die zin noteren we.
'Ach ja, de burenruzies... Wat kan ik daarover
zeggen?', zucht Nina, 'Wij praten met iedereen.
Het is jammer natuurlijk. Soms is het echt wel
hilarisch. Een tijdje geleden werd er een zwarte
kat afgezet aan de Kapellekensbaan. Dat beest
zat de hele dag te miauwen aan huis nummer 7.
De vrouw wou de kat binnennemen, de man niet.
Ruzie! "Dat beest buiten of ik ben weg. "
Uiteindelijk kwamen ze tot een compromis: "We
zetten de kat bij de buren." Uit schaamtegevoel
ging de vrouw eten afgeven. De buurvrouw ontplofte
bijna. "Zeg, wat denkt gij wel? Dat wij ons
geen kattenvoer kunnen permitteren? Trouwens,
vanwaar komt die kat? Ah zo, mevrouw zet katjes
af bij ons..." Maanden hebben die niet meer
met elkaar gesproken. En de kat? Die trok naar
nummer 3. Maar ja, daar woont de bijgelovige Clementine.
"Help, een zwarte kat in onze tuin!"
(lacht) En zo ging dat maar door. Uiteindelijk
hebben wij de zwarte kat in huis genomen. Om die
reden praten een aantal mensen niet meer tegen
ons. Tja.'
'Het zijn vooral de oude mensen
die kibbelen', zegt Ferre. 'Met de nieuwe mensen
die hier zijn komen wonen, hebben we niet zoveel
contact. Natuurlijk kom je wel eens iemand tegen
op straat. "Hallo! Hoe gaat het ermee? Goed."
Daar stopt het dan. Is dat niet overal zo? De
Kapellekensbaan is allang geen dorpsstraat meer,
waar iedereen iedereen nog kent.'
Hij zucht. En vertelt over de tijd dat ze 's avonds
nog buiten zaten, de tijd dat ze nog mensen onder
elkaar waren. 'Vreemd dat alles zo snel kan veranderen,
hè... Kijk, daar stonden vroeger twee kleine
arbeidershuisjes - Boon noemde ze de vuile huizen.'
Eentje stond altijd leeg: de verzamelplaats van
de anarchisten. En in het andere vuil huizeke
was een café, waar iedereen eeuwigdurend
krediet kreeg van een barvrouw, die waarschijnlijk
ook van iemand eeuwigdurend krediet kreeg. Het
soort poëzie dat je toen nog op straat vond.
Vandaag zijn de vuile huizen er niet meer. Toen
een televisieploeg van de NOS de straat had gefilmd
voor een Boon-documentaire, begon het stadsbestuur
zich zo voor die krotten te schamen dat het ze
afbrak. Een straat over de poëzie.
|

(foto: Patrick De Spiegelaere )
|
| Tweehonderd meter
verder, station Erembodegem.
'Aandacht spoor I! De laatste trein naar Brussel-Zuid
heeft wegens een grondverzakking dertig minuten
vertraging. Gelieve ons hiervoor te verontschuldigen.'
Een man loopt door de stationstunnel en roept:
'boe'.
- 'Heb je iets gezien aan de Kapelle kensbaan?',
vraagt hij.
'Vooral ambras.'
Hij lacht, steekt een sigaret op.
- 'Ge moet leren kijken, jongen.'
Er volgt een verhaal. 'Niet zo lang geleden stond
een auto met een vrouw erin achter het kapelleke
van de Kapellekensbaan. Haar minnaar had het net
afgemaakt. En zij had er niets beters op gevonden
dan zichzelf op te sluiten en de ene fles jenever
na de andere leeg te drinken. lederèen
zag het gebeuren... maar ja, je kunt je moeilijk
mengen in privézaken, hè. Enfin,
die vrouw bleef daar maar staan, uren aan een
stuk. Ze raakte in een coma. En toen gebeurde
er iets bijzon ders. Er kwam iemand buiten en
nog ie mand... en nog iemand... heel de Kapellekensbaan
stond plots rond die auto. Mensen die elkaar in
jaren niet meer gesproken hadden, waren plots
aan het overleggen hoe ze die vrouw zouden redden.
Iemand belde de 100. Iemand anders belde haar
man - ze woonde een paar straten verder - om de
sleutels van de auto te vragen. Die man kwam en...'
De rest van het verhaal is drama en niet belangrijk.
Sommige namen in dit verhaal
zijn veranderd.
|

(foto: Patrick De Spiegelaere )
|
|
|
|