De St. Amanduskapel
De St.-Amanduskapel aan de St.-Amandsstraat, laatgotisch uit 1636
is het oudst bekende bedevaartoord "tegen zere
ogen en de worm in 't land."
De kapel werd voor het eerst vermeld in 1343 en is
geklasseerd.
Het herstellingsdossier is opgemaakt en de kapel wordt
allicht eerlang volledig hersteld.

de ligging van de Sint Amandskapel
( en Johan De Saedeleer heeft alles uitgetikt)
Amandus, de geloofsverkondiger
Amandus werd in de zesde eeuw (waarschijnlijk in
594) in Aquitanie nabij Nantes geboren in het uiterste
zuidwesten van het gebied dat later Frankrijk zou
genoemd worden . Dicht bij de Pyreneeën. Hij
leefde als kluizenaar in de buurt van Bourges. Hij
werd tot priester gewijd en reisde de toenmalige bekende
wereld rond : Het Heilig Land, Rome, Engeland. Later
ontpopte hij zich als geloofsverkondiger.Hij bracht
het tot hulpbisschop van Doornik Hij werd in het jaar
639 tot missiebisschop gewijd en vertrok naar de noordelijk
gelegen landen. Hij kwam terecht in Vlaanderen en
verkondigde het geloof onder de Franken aldaar. Tijdens
zijn missionering stichtte hij vele kloosters in Vlaanderen.
De vele kerken en kapellen, hem toegewijd, langs de
Schelde, Leie en Dender laten veronderstellen dat
dit zijn ( enig) werkgebied was maar niets is minder
waar. Hij verkondigde het geloof eveneens in Limburg,
Zuid-Nederland en Rijnland.
Amandus, actief in onze gebieden
Als we het hebben over de gemeenten langs onze rivieren
dan moeten we ons in de geest verplaatsen van de 7de
eeuw. Alleen Gent was een zeer kleine agglomeratie.
Van Aalst, Erembodegem en trouwens alle huidige gemeenten
was er geen sprake. Met uitzondering van enkele Romeinse
wegen waren er geen echte verbindingen. Het ligt voor
de hand dat Sint-Amandus, samen met enkele getrouwen,
gebruik maakte van de waterwegen. Toen hij de Dender
opvoer, preekte hij vermoedelijk te Aalst op de plaats
die we nu “de Werf” noemen. Daar is Aalst
ontstaan en was er menselijke bewoning. In het huidige
Erembodegem zag hij van op de rivier enkel schaarse
en erg verspreide hoevetjes. Niet gunstig om het geloof
van hoeve naar hoeve te verkondigen. En dan ziet hij
plots, boven op de helling langs zijn linkerzijde,
toch enkele gebouwen dicht bij elkaar. De huizen stonden
op de plaats van de huidige kapel. Op die plaats op
een steen verkondigde Sint-Amandus het geloof.
Het prille Erembodegem
Waar Sint-Amandus preekte, was precies het gebied
dat tot voor de laatste oorlog het minst bewoond was
van gans de streek. En toch groeide uit die kern van
gebouwen het later Erembodegem. De verklaring voor
dit fenomeen vinden we in de geschiedenis. Ten tijde
van de Christus woonden hier de Kelten. Ze werden
overwonnen door de Romeinen. Deze waren gereputeerde
bouwers, ook wegenbouwers. De steenweg Asse-Bergen
via Ternat, een gewezen heirbaan, is kaarsrecht. Veel
rechter dan welke E-weg ook. Asse was een knooppunt
van wegen. Eén van de wegen liep van Asse naar
Velzeke, een Romeins legerkamp. Die weg, in feite
niet meer dan een karrenspoor, liep van Asse over
Asbeek, Essene, Hekelgem en Erembodegem. Op bepaalde
plaatsen is die weg nog duidelijk herkenbaar. Hij
liep van achter de woning van Notaris Breckpot naar
de Kleistraat. Het deel op de Boechoutberg heet trouwens
officiëel nog altijd de Romeinse weg. De Romeinen
hadden vooraf de topografie bestudeerd en wisten dat
hun zware wagens nooit de helling naar de Dender zouden
kunnen nemen, noch op, noch af. Daarom sloegen ze
af naar de Meersdries en dan langs wat later de Leuvestraat,
de Denderstraat en de Burchtstraat werd, de rechte
weg op naar Welle. Die weg bestaat nog maar het tracé
werd gewijzigd. Eens bij de aanleg van de spoorweg
en nog eens bij de bouw van de E 40.
De Romeinen die de weg te voet aflegden, voelden dat
ze een omweg maakten en sneden die af door langs de
wegel die van de Leuvestraat naar de Denderstraat
loopt ( tegenover de huidige villa Messidor) af te
dalen en de Dender over te steken bij middel van een
lange plank. Ze zetten amper 10 minuten om de weg
naar Welle te bereiken. Dat kon want de toenmalige
Dender was amper 3 meter breed. Ze kenden dus het
plaatselijke panorama. De heuvel waar de huidige kapel
staat, was bovendien uiterst geschikt als observatieplaats.
Ze zagen hun troepen op de Leuvestraat en aan de overkant
van de Dender tot een eind in het latere Welle. De
observatiepost werd uitgebreid. De bevelhebber bouwde
er zijn villa. Uiteraard had hij bedienden en soldaten
en die werden er eveneens gehuisvest.
Een wegneembare plank over een beek heette een vondel.
De weg erheen werd de vondelweg en toen, na het bouwen
van de sluizen, de Dender zijn huidige breedte haalde
was de vondel van geen nut meer, vandaar de oude vondelweg,
in het Erembodegems de Avondel.
Rond het jaar 450 trokken de Romeinen zich terug.
Niet uit heimwee, maar opgejaagd door de Franken,
een Germaanse volksstam. Dat opjagen mag niet gezien
worden als de raid van een modern leger. Als hun aantal
te groot werd voor hun veebedrijf trokken ze enkele
Kilometer verder. Het inpalmen van hun gebied duurde
50 tot 100 jaar. De meeste Kelten weken uit naar het
Westen. De weinigen die bleven, verbroederden en verzusterden
met de Franken. Uiteindelijk bezetten de Franken een
groot gebied, nl. het huidige Rijnland, Nederland,
België en 2/3 van Frankrijk. La France heeft
haar naam dus niet ver gezocht.
Het bronnetje en de steen
Zo was de toestand toen Sint-Amandus kwam prediken.
De Sint liet een onuitwisbare indruk na, hier en elders.
Dat hij echter te Erembodegem nog steeds voortleeft
in ons collectief geheugen is te wijden aan het bronnetje.
Zoals de legende verhaalt, heeft hij zich met het
bronwater verfrist en uit de palm van de hand van
het water gedronken. Na zijn vertrek werden aan het
water allerlei helende krachten toegeschreven.
Gedurende vele eeuwen werd door de grootouders aan
de kleinkinderen verteld over de heilige, over de
kracht van het water. De steen waarop hij stond werd
vereerd.
De moedertaal van Sint-Amandus
Mocht iemand zich de vraag stellen hoe het komt dat
een Franse pastoor zich hier verstaanbaar kon maken
dan ligt het antwoord voor de hand. Was Sint-Amandus
een Parijzenaar geweest ( Parijs bestond al onder
de Romeinen) dan was er geen probleem. Tot diep onder
Parijs spraken we allen dezelfde taal. Maar de Sint
is geboren in het Keltische Zuiden! De bewoners van
die streek werden geconfronteerd met invallen van
de Moren die gans Spanje bezetten en plundertochten
organiseerden ten noorden van de Pyreneeën, gelijkaardig
aan de (latere) invallen van de Noormannen in onze
streken. Wetend dat de Franken betere krijgers waren,
vroegen ze hulp. De Franken hadden geen echt leger.
In geval van nood was iedere man en jongeling soldaat.
Dus sleurden de Franken, tuk op uitbreiding, een ganse
kolonie, mannen, vrouwen en kinderen, naar het zuiden.
De vader van Amandus, was van adel wat dat begrip
ook mocht betekenen. Amandus sprak hier in het zuiden
zijn eigen moedertaal.
De Sint-Amandskapel
De Sint-Amandskapel ( let op de Erembodegemse versie),
ik bedoel de huidige , werd gebouwd in het jaar 1636.
De kapel is het oudste bouwwerk van de gemeente. Zoals
het genoteerd werd door de toenmalige pastoor werd
ze gebouwd in de plaats en op de plaats van de vorige.
Deze werd door de beeldenstormers verwoest rond 1585;
We mogen dus aannemen dat de fundamenten van de huidige
kapel deze zijn van de vroegere.
De beeldenstormers hebben lelijk huisgehouden in onze
streek. Het staat vast dat ze tijdens dezelfde “
storm” ook de Sint-Amandskapel op “de
Werf” te Aalst verwoestten. Bovendien sloegen
ze het interieur van onze vroegere dorpskerk en van
de Sint-Martinuskerk stuk. Of ze ook de kapel Termuren
vernietigden, destijds privébezit, weten we
niet zeker maar we vermoeden van wel. We weten dat
de kapel rond 1600 herbouwd werd. De kapel op “de
Werf” werd ook herbouwd en toegewijd sindsdien
aan Onze-Lieve-Vrouw (van de Werf).
Hoe oud de vorige Sint-Amandskapel was, blijft een
mysterie. Wel staat vast dat ze reeds bestond ten
tijde van de Gulden Sporenslag rond 1300.
Dit leren we uit een document van toen, bewaard in
het archief te Aalst. De kapel wordt er terloops in
vermeld. Het document beschrijft ondermeer de weg
die moest gevolgd worden om een bepaald perceel grond
te bereiken.
De reisweg liep over de Denderbrug en de weg naar
Asse. Dan diende men de Boonhofwegel te volgen tot
voorbij de kapel, en “nadien nog een aantal
stappen”.
We hebben het vermoeden dat de kapel gebouwd werd
tijdens de 11de eeuw.
De vermoedelijke bouwheren van de kapel
De volgelingen van Sint-Amandus hebben na zijn dood
veel bijzonderheden over het leven en de werking van
de heilige beschreven, uiteraard in het Latijn. Wie
las deze geschiedenis? Alleen de monniken. We mogen
aannemen dat het leven van Sint-Amandus in onze abdijen
en bij alle monniken bekend was.
De abdij van Affligem werd gesticht kort na het jaar
1000. Ze gebruikten haast ter plekke in de stenen
in de zandsteengroeven van Meldert. Maar ze hadden
ook hardsteen nodig. Die haalden ze in de walen, ongetwijfeld
met het schip. Het is een vaststaand feit dat Affligem,
gedurende eeuwen, een privéhaventje had aan
de Dender ter hoogte van Ten Bos.
De monniken stelden waarschijnlijk vast dat de plaatselijke
bevolking ook iets afwist van Sint-Amandus. Meer nog,
hij werd er vereerd, de steen waarop hij stond om
te preken werd bewaard en het bronnetje was hun toevlucht.
We vermoeden daarom dat de monniken van Affligem hoogstwaarschijnlijk
de bouwers waren van de eerste kapel.
Het beeld van Sint-Amandus
Het beeld van Sint-Amandus oogt vrij armoedig. Het
beeld lijkt op het eerste zicht voor een leek op een
product van een ijverige doe-het-zelver, zowel naar
de vorm als naar de kleur van het beeld.
Enkele jaren geleden werd de kapel geklasseerd. Aan
die beslissing gaat een zeer lang onderzoek vooraf.
De historische waarde van de kapel, de ouderdom, de
bouwvorm, het interieur, alles wordt nagegaan. Het
interieur werd onderzocht door een historica. Haar
grootste aandacht ging naar het beeld. Zij zag in
het beeld het prototype van een voormiddeleeuws primitief
gehouwen waardevol beeld. Het beeld werd onderzocht
als was het een patiënt. Microscopisch onderzoek
bracht aan het licht dat onder de huidige verflaag
sporen overgebleven zijn van een vroegere polychrome
beschildering. Dergelijke beschildering was vrij tijdsbestendig.
Ze stond voor een raadsel. Hoe komt het dat die laag
haast volledig verdwenen is? Ze interesseerde zich
ook voor de wijze van de heiligenverering en de legenden
rond Sint-Amandus. En wat bleek?
Tot voor de oorlog van 1914-1918 was de viering van
Sint-Amandus, elk jaar in september, die nu vrij sober
is, eerder uitbundig. Het beeld werd op een draagbaar
geplaatst en door vier jongelingen van “ ’t
Kapellen” (sic) naar de kerk gedragen. Daar
bleef het een week en nadien werd in een processie
terug naar de kapel gedragen.
Tijdens de tocht naar de kerk vond er onderweg, aan
de Dender, een ceremonie plaats. De draagbaar werd
op de grond geplaatst. De jongelingen namen het beeld
en plonsden het enkele malen in het Denderwater. Zo
een ceremonie, die gedurende eeuwen werd herhaald,
haalde de polychrome beschildering van het beeld.
De ceremonie verwees naar één van de
vele legenden rond Sint-Amandus. Ooit had hij de bedoeling
te preken in Welle. Daar was hij echter niet “
wellecome”. Wij besparen U de beschrijving van
de wilde Wellenaren, die gewapend met stokken de Sint
te lijf gingen. Sint-Amandus vluchtte en redde zijn
leven door door de Dender te waden. Vermoedelijk bereikte
hij de oever op de plaats waar de ceremonie later
plaats vond.
De legenden rond Sint-Amandus
Vlaanderen is vele legenden rijk. De éne al
wat geloofwaardiger dan de andere. Een paar voorbeelden
.
In Lo, een West-Vlaams stadje, koestert men een boom
omdat Julius Caesar er zijn paard aan zou vastgebonden
hebben. De boom heet er officiëel dan ook “
de Caesarboom”. In het beste geval heeft hij
zijn paard ooit gebonden aan een vorige boom die p
die plek zou gestaan hebben.
In Olen kan men in een herberg de bierpot met drie
oren bewonderen waaruit Keizer Karel zou gedronken
hebben.
De Olenaren zelf en de toeristen vandaag kunnen vandaag
“de originele pot” bewonderen in nog drie
andere herbergen. Ze claimen allen de echtheid van
de pot.
De éne legende rond Sint-Amandus is al wat
geloofwaardiger dan de andere. Eén zaak staat
wel vast: het bronnetje, de plaats waar predikte en
de kapel hebben op de plaatselijke bevolking steeds
een diepe ‘religieuze” indruk gemaakt.
Een bezoek aan de site, kapel, bron, panorama roept
emoties op. De Sint-Amandussite heeft ongetwijfeld
een belangrijke rol gespeeld in de kerstening van
onze voorouders.
Een bezoek aan de site, kapel, bron, panorama roept
emoties op.
Zelfs wie daar onverschillig tegenover blijft, zal
ongetwijfeld moeten toegeven dat hij (of zij) vandaag
is wat hij is dankzij die kerstening. Voor gelovigen
is de kerstening meer dan een historisch feit. Het
verhaal van Sint-Amandus verdient doorgegeven te worden
aan onze kinderen en kleinkinderen.
a) Het Sint-Amandusbeeld
Binnen in de kapel van Sint- Amandus staat op het altaar het houten beeld van de heilige: 1,15m hoog. Hij wordt aanroepen voor “ zere ogen en de worm in ’t land”. Hij is afgebeeld in bisschoppelijk gewaad, dragend in de ene hand een kerk, en in de andere hand een bisschopsstaf. De kerk verbeeldt de menigvuldige kerken en kloosters welke Sint- Amandus stichtte.
b) De tradities rondom Sint- Amandus
Jaarlijks werd vroeger in Erembodegem het beeld van Sint- Amandus door flinke boerenzonen van “ Kapellen” in de grote processie gedragen, gevolgd door een groep knapen, eveneens uit de buurt, gekleed met witte broek en met goud afgezoomde rode kleed, elk een vlag met spreuk dragend. Telkenjare werd het beeld naar de parochiekerk overgebracht de zaterdag voor de processie- ommegang na het, de traditie getrouw, in het water van de Dender ondergedompeld te hebben.
De enige behouden fondatie werd op volgende wijze in de parochiekerk medegedeeld, gewoonlijk in de eerste helft van september : “Mis in de kapel van de H. Amandus voor x en consoorten, met uitdeling van koeken”. Destijds werd hiervoor een steen ( d.i. 3 à 4 kg bloem) besteld. Deze uitdeling welke nog gedaan wordt, is in de gemeente algemeen gekend onder de naam van “ Koekengrabbeling”. Tot ca 1945 werden de broodjes door de celebrerende priesters te grabbel gegooid. Het volk plaatste zich in de weide en de priester gooide de koeken over de hoge haag welke het heuveltje omringt.
In de tijd dat er in Erembodegem door de boeren nog hop werd geteeld, werden de onkosten gedaan door de geestelijkheid der parochie bij haar jaarlijkse “ hopperonde”, een omhaling van hop bij de boeren ten voordele van de kerk.
Dit brood werd vroeger soms op eigenaardige manier gebruikt tegen “ de worm in ’t land”. Liefst voor zonsopgang boorden de boeren op de vier hoeken van hun perceel grond een gat met de hoppeboor; daarin werd een stuk Sint- Amanduskoek geworpen, waarna ze kruisgewijs over de akkers stapten, terwijl ze volgende verzen prevelden:
“ Lieve Here en Sente Amand
gingen samen achter ’t land,
zonder stok noch roe in hulder hand.
“ Here” zeid hij, Sente Amand
“ Wel steekt uit uw rechter hand,
en ’t zij zwart, wit, geel of rood,
binst drij dagen zijn ze allemaal dood”
( Hilloné Callebaut : De Sint- Amanduskapel)
Op het feest van Sint- Amandus op 6 februari deed de pastoor er in de kapel een gezongen mis met sermoen en op de derde Paasdag lof in de namiddag.
c) De legende van Sint- Amandus
Volgens nog gangbare legenden en overleveringen predikte Sint- Amandus in de Dendervallei. Bij zijn terugkeer uit Denderwindeke, hield de heilige halt te Roê, een gehucht van Pollare. ’t Was in de kermisweek. De vrouwen stonden druk aan de baktrog. Amandus ging enige huizen binnen om een boterham te vragen. Deze werd hem bars geweigerd.
De ene had geen brood meer en voor de andere was de deeg te duur. De heilige werd boos.
Goed, zei hij, ge weigert me dit, wel ge zult vandaag onmogelijk uw brood kunnen bakken.
Daarop sloeg hij de weg in naar Ninove. Te Pollare ging de deeg niet op. De vrouwen werden woedend. Gewapend met hun spinzakken stormden ze de missionaris achterna.
Doch de heilige trok droogvoets door de Dender. De vrouwen volgden hem, doch ze verdronken in de rivier. Om deze wandaad uit te boeten, bouwde de bevolking een kapel.
Volgens een andere versie zou de kapel gebouwd zijn op de plaats waar Amandus uitrustte na de achtervolging door woedende lieden uit het Gentse, die hem achterna zaten tot aan de Dender.
Wat de Sint- Amanduskapel van Erembodegem betreft, de oudste gekende vermelding dateert van 1343. Samenvattend menen de geschiedenisschrijvers, betreffende het optreden van Sint- Amandus in de Dendervallei in het algemeen en te Erembodegem in het bijzonder, de volgende besluiten te mogen trekken: Er dient streng onderscheid gemaakt te worden tussen historie en legende. Dat Amandus onze streken heeft gekerstend staat zeker vast.
d) De Sint- Amandusbron
In de nabijheid van de kapel bevindt zich een bron, welke thans opgemetseld is, in de volksmond “ Sint- Amandusputteke” geheten. Met dit bronwater worden de zieke ogen negen dagen gewassen; of het water wordt in de aalput gegoten om de akker te behoeden voor de worm in ’t land.