|
|
 |
|
Het keramieken beeld aan de St. Amanduskerk
(Ten Bos) toont ons onze patroonheilige in al
zijn glorie. Maar het geeft ons meteen enkele
accenten uit zijn leven (de slang en de gebroken
ketting aan zijn voeten, zijn staf en mantel)
die van deze "apostel van Vlaanderen"
tot een bijzonder boeiend figuur maken.
Een complex figuur ook die ons doet nadenken,
tot op vandaag, over de spanningen tussen geloof
en ongeloof (heidendom); tussen inzet en inkeer,
tussen politiek en geloof,....
Laat u even meenemen in het levensverhaal van
deze voorganger in het geloof
We hebben verschillende historische bronnen waarmee
we met enige zekerheid het leven van Amandus kunnen
reconstrueren. Maar natuurlijk is er tegelijk
ook heel veel sprake van legendevorming en zijn
realiteit en fictie niet altijd mooi uit elkaar
te halen.
Er wordt melding gemaakt van vooral drie grote
historische bronnen over zijn leven:
1 Zijn 'Vita' dat rond 700 werd geschreven door
zijn leerling Baudemund en ca. 845-55 verder werd
uitgewerkt door Milo
2. Een brief van paus Martinus I in 649 toen hij
bisschop was in Maasstricht.
3. Een getuigenis van Jonas van Bobio, gezel van
een Ierse monnik, Columbanus die Europa opnieuw
tot christelijk leven wilde brengen ten tijde
van paus Gregorius de Grote.
Wat je hieronder kan lezen is enerzijds van van
de hand van
Marcel Daelman die in september 2007 aan de Sint
Amanduskapel een toespraak hield over de betekenis
van Amandus voor Erembodegem. En anderzijds zijn
het teksten die Peter Biesbrouck heeft bijeengelezen
naar aanleiding van een Allerheiligen4ing in 2008:
Amandus,
doorschenen van Gods licht. Daarbij is dankbaar
gebruik gemaakt van verschillende bronnen op het
internet oa.
webstek Sint Amandsberg, de
Legenda aurea (zoek bij legenden naar Amandus),
Heiligen-3s,
Jan
Mertens
(priester in Geel).
Voor wie zich echt helemààl eens
wil verdiepen in oude geschriften, die kan dat
dankzij het internet in twee fantastische sites:
1. In het latijn zijn er drie
manuscripten uit de elfde en twaalfde eeuw
te bekijken zoals ze aanwezig zijn in de bibliotheek
van Valenciennes. Prachtig ! De illustraties hieronder
kan je daar in volle glorie van héél
dichtbij bekijken.
2. In het oud-Nederlands kan je het volgende
boek (61 blz) volledige lezen
en zelfs downloaden:
"Het leven ende mirakelen van den heylighen
Amandus, apostel van Vlaenderen bisschop van Maestricht"
door Joannes Ooghe (gepubliceerd in 1642 )
|
|
|
Amandus werd rond het jaar 590 geboren
in Aquitanië,
in de streek van Herbauge (Lat. herbadillicus
pagus),
nu
Poitou-Charente (Zuid-West-Frankrijk).
Zijn ouders, Serenus en Amantia,
behoorden tot de kristelijke adel.
Het is een gezin van vrije mensen.
Tot 7 jaar wordt hij thuis opgevoed
met het evangelie
en leert hij lezen en schrijven. |
Al op zevenjarige leeftijd
verlaat hij zijn ouders en
gaat hij naar een abdijschool
op het eiland Yeu (Ile
d'Yeu) |
|
|
Het moet op dat eiland Yeu gebeurd zijn dat hij
plotseling een vervaarlijke slang op zijn weg vond.
Hij richtte een gebed tot God, sloeg een kruisteken
en bewerkstelligde op deze manier dat het ondier
in zijn nest terugkroop zonder dat het sindsdien
nog ooit is gezien. |
|
Het Romeinse rijk en wat erop
volgde
zijn uiteen gevallen in vele rijken en koningdommen.
Het is een verschrikkelijke tijd van twisten en
oorlogen
tussen de zogezegde 'groten' der aarde van die
dagen.
Amandus was een vrijman
d.w.z. geen aanhorige,
maar een man van aanzien
voorbestemd tot dienst in de administratie van
het rijk.
Hij weigert dit te doen.
Komt daardoor in conflict met zijn vader
die dreigt hem te onterven. |
|
|
Tegen de plannen van zijn vader in
begaf hij zich naar Tours
waar rond het graf van H.Martinus
de centra lagen van het godsdienstige leven in Gallie.
Hier leerde hij zijn roeping als monnik kennen.
Op miraculeuze wijze kreeg hij de tonsuur
en werd Amandus er tot priester gewijd. |
Vijftien jaar lang
schijnt hij het leven van een kluizenaar
geleid te hebben te Bourges.
Daar zou hij leerling zijn geweest
van de heilige bisschop Austregisilis
en van Sulpicius (zie illustratie).
Sommigen zeggen zelfs als ingemetselde
nabij de latere kathedraal
Dat lijkt ons vooral belangrijk
omdat hier het fundament
voor zijn geestelijk leven werd gelegd.
Vijftien jaar lang als asceet leven
betekent meteen ook
dat je gebedsleven
je mystieke leven
stevig verankerd is.
|
 |
|
Als zijn geestelijke raadsman
sterft ,
is hij 35- 40 jaar en weet hij niet meer hoe het
verder moet.
Hij weet niet meer aan wie hij zich moet toevertrouwen.
Daarom gaat hij op bedevaart naar Rome.
Zijn eerste reis!
Hij wil zijn inspiratie terug vinden bij de apostel
Petrus.
Daarom wil hij de nacht doorbrengen in de crypte
bij het graf van Petrus.
Maar de bewakers van de basiliek ontdekken hem
en gooien hem aan de deur.
|
Op de drempel van de kerkdeur viel hij in slaap.
Hij brengt zijn nacht buiten door
en Sint-Pieter verschijnt hem.
Dit visoen maakt zijn zending duidelijk
en de paus vraagt
zich in te zetten
voor de evangelisatie van het noorden van Gallië.
Amandus heeft zich tot aan zijn tocht naar Rome
als kluizenaar
nooit veel van het gebeuren
in de wereld van die tijd aangetrokken.
Na zijn nachtelijk visioen,
waarbij hij de heilige Petrus ontmoet,
wordt hij door de paus aangezet
om zich in de grote missionaire beweging,
begonnen onder paus Gregorius de Grote,
als rondreizend missiebisschop in te zetten
voor de evangelisatie van onze streken.
Petrus blijft een belangrijk figuur in Amandus'
leven
en langs de Schelde
vind je daardoor nu nog een hele serie kerken
aan Petrus toegewijd
|
 |
|
De predikant vestigde zich eerst ten zuiden van
Doornik
aan de samenvloeiing van de Scarpe en de Elnon,
en daar stichtte hij een eerste gemeenschap van
monniken
die hij Elnone noemde.
Dit is het huidige
Saint-Amand-les-Eaux in Noord-Frankrijk.
De plaats was uitermate goed gelegen:
in de onmiddellijke nabijheid van de Schelde
en van de belangrijke weg die Bavay met Boulogne
verbond.
Een knooppunt van wegen dus
om van daaruit het kristendom naar het noorden te
verspreiden.
En Amandus bleef niet in Elnone.
Hij trok de baan op
en tussen 630 en 639 treffen we hem aan in het Gentse.
Gent had toen nog geen abdijen en geen Gravensteen;
Gent was toen zelfs nog geen stad,
maar een landbouwnederzetting
met een kleine bewoningskern aan de Zandberg.
In de miniatuurhiernaast zie je,
hoe de Gentenaren nog volop afgoden vereerden.... |
De plaatselijke bevolking was Amandus zeer
vijandig gezind
en het gebeurde meer dan eens dat hij verjaagd.
Ze wilden niet naar hem luisteren,
spuwden hem in het gezicht,
gooiden hem vuil achterna en sloegen hem.
Hij schijnt zelfs een keer door vrouwen
tot op het blote lijf te zijn uitgekleed
en in de Schelde te zijn gegooid.
Tenslotte won zijn uithoudingsvermogen:
hij wist de mensen uit die streek tot Christus
te brengen.
Zo bekeerde hij o.a. de Gentenaren
en stichtte er een klooster dat hij toewijdde
aan Sint-Pieter.
Blijkbaar was Amandus niet moederziel alleen
naar Gent gekomen,
want in de 'Vita Amandi' vernemen we
dat zijn gezellen hem in de steek lieten
toen ze zagen hoe de predikant
meermaals in het water werd gegooid.
|
 |
|
Amandus was dus op zichzelf aangewezen,
maar na een tijdje slaagde hij erin met het geld
van koning Dagobert
enkele slaven vrij te kopen.
Dat betekent dus dat er in Gent een slavenmarkt
moet bestaan hebben!
Die slaven, die waarschijnlijk van Britse afkomst
waren,
bekeerde hij tot het kristendom
en het vervolg van het verhaal kunt u al raden:
ze werden zijn nieuwe volgelingen.
Samen met zijn volgelingen
zou hij dus de Gentse bevolking bekeren
en een kerk bouwen.
Ook deze bevrijdingsdaad
vinden we terug op onze kerk:
in de gebroken schakel,
de kapotte slavenketting aan zijn voeten |
 |
Op een dag werd een dief voorgeleid
in een volksvergadering
en niettegenstaande het feit
dat de bisschop ten gunste van de beschuldigde
pleitte,
werd de man door gouwgraaf Dotto toch tot de galg
veroordeeld
en bijna onmiddellijk opgehangen.
Na de executie trok het volk naar huis,
maar Amandus en zijn volgelingen maakten de terechtgestelde
los |
 |
|
Ze namen hem mee
en Amandus bleef de hele nacht bij het levenloze
lichaam bidden.
Tegen de morgen kwam de gehangene weer tot leven.
Z elfs de littekens van zijn verwondingen waren
spoorloos verdwenen.
Daarmee maakte hij aan de heidenen duidelijk
dat de hemelse rechter barmhartiger is dan welke
menselijke rechter ook,
aldus de legende.
De bevolking stond natuurlijk stomverbaasd over
zoveel buitenaardse krachten
en bekeerde zich massaal tot de kristelijke God.
Ze vernielden hun oude tempel
en Amandus bouwde op dezelfde plaats een nieuwe
kerk. |
Over zijn verhouding met de "macht"
van zijn tijd,
valt veel te vertellen en te speculeren.
Volgens sommige bronnen
kwam Amandus in conflict met de Merovingische
koning Dagobert I
die hem verbande omdat hij kritiek had op het
zedeloze leven van de vorst.
Want om zoveel mogelijk macht en aanhang te
verwerven
trouwde Dagobert met zoveel mogelijk vrouwen
uit de aristocratische families.
Deze situatie schandaliseert vele mensen van
adel
zoals Pepijn de Oude, de gewone raadsman van
de koning.
Maar niemand durft aan deze bedenkingen te maken
over zijn gedrag...!
De vele kinderen uit deze toestand
brengen de stabiliteit van het rijk in gevaar.
Amandus is de enige die de moed heeft om Dagobert
te vermanen.
Deze stuurt hem daarvoor in ballingschap naar
de Basken.
Koning Dagobert had lange tijd geen zoon kunnen
krijgen,
maar ten langen leste kreeg hij er toch één
krachtens zijn onophoudelijk gebed.
Nu zette hij het in zijn hoofd dat Amandus de
jongen moest dopen.
Hij liet hem zoeken en ontbood hem aan zijn
hof in Parijs.
Toen de heilige voor hem verscheen,
wierp hij zich voor hem neer met het verzoek
hem zijn zonden te vergeven
en het kind te willen dopen, dat de Heer hem
had willen schenken.
De heilige bisschop voldeed met alle genoegen
aan het eerste verzoek.
Maar het tweede weigerde hij,
bang dat hij daardoor verwikkeld zou raken in
de praktijken van de koning.
Tenslotte zwichtte hij toch
voor het onophoudelijke aandringen van de koning.
Op het moment dat hij het jongetje doopte
in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige
Geest,
antwoordde het wicht zelf met luide stem: "Amen!"
Het heette Sigbert, de latere Sigbert III,
die nog als heilige vereerd zou worden .
Volgens een andere versie
gaf Dagobert hem de opdracht
om het kristelijk geloof in zijn koninkrijk
te gaan verkondigen.
Koning Dagobert bezorgde hem ook een pak geld,
want hij wist maar al te goed dat Amandus
zonder geld niet kon slagen in zijn opdracht.
|
 |
|
Een wonder dat ons in Erembodegem natuurlijk
erg interesseert
is de genezing van een blinde:
Zo schijnt er volgens de Vita
een bisschop geweest te zijn geweest die het water
waarin de heilige zijn handen gewassen had, zuinig
bewaarde.
Later zou daar een blinde het gezicht mee teruggegeven
zijn.
(zie miniatuur uit de Vita)
Dit lijkt natuurlijk héél sterk
op wat over onze eigen bron aan de Sint Amanduskapel
wortd verteld.
Met het water van die bron (die nu opgemetst is)
en die in de volksmond het "Sint-Amandusputteken"
wordt genoemd.
werden de zieke ogen negen opeenvolgende dagen
gewassen.
Het werd tevens in de aalput gegoten
om de akker tegen de wormen te beschermen.
Op de voorgevel van de kapel
kan men dan ook nog het volgende opschrift lezen
:
"H. Amandus, patroon tegen zere ogen en de
worm in het land".
Niet enkel de inwoners van de gemeente
maar ook uit de grote omgeving (Welle, Moorsel,
Affligem)
kwamen hier regelmatig op bedevaart.
Het Sint-Amandusputteken ligt in een privé-tuin
en is niet zichtbaar van op de straat.
|
Amandus werd ongeveer 85-90
jaar oud
en stierf op 6 februari 675 of 676.
We herdenken Amandus op 6 februari
omdat het zijn overlijdensdatum is
die we met zekerheid kennen.
Hij overleed in de abdij van Elnone,
Saint-Amand-les-Eaux
dus in Noord-Frankrijk,
waar hij als oude man de laatste jaren permanent
verbleef. |
|
|
|
|
|